Een WTW-unit in je tiny house is het hart van je ventilatiesysteem.
▶Inhoudsopgave
Zonder raam open te zetten, haal je frisse lucht binnen en gaat de warmte niet verloren. Dat bespaart je een vermogen aan stookkosten en voorkomt dat je in een klamme kippenhok woont. De keuze is reuze, maar drie namen vallen constant: Zehnder ComfoAir, Paul Novus en Duco. Welke past er in jouw kleine droomhuis?
Wat is een WTW-unit eigenlijk?
Een WTW-unit, oftewel Warmte-Terug-Winning, is een slimme doos die de warmte uit je vieze binnenlucht haalt en overdraagt aan de frisse lucht van buiten. Je ventileert zonder dat je energie verspilt.
In een tiny house is dat extra cruciaal. Je hebt maar weinig ruimte voor isolatie en verwarming, dus elke graad die je behoudt, is meegenomen.
De unit zuigt lucht af uit je badkamer en keuken en blaast die via een warmtewisselaar naar buiten. Tegelijkertijd trekt hij verse lucht aan, die langs diezelfde wisselaar loopt en dus al een beetje opwarmt. Het rendement ligt vaak rond de 90%.
Er bestaan twee hoofdtypes: roosters in de gevel (ventilatieroosters) of een balansventilatiesysteem met buizen naar buiten. Voor een tiny house is dat rooster vaak makkelijker.
Je boort een gat in de wand, plaatst het rooster en je bent klaar. Geen ingewikkelde leidingen door de vloer of het dak. Wel moet je letten op het geluid. Een WTW-unit die constant bromt, is in een kleine ruimte een doorn in het oog. Gelukkig zijn de moderne modellen fluisterstil, op de laagste stand.
Waarom kiezen voor WTW in een tiny house?
Zonder WTW moet je constant stoken om de kou buiten te houden. Dat is duur en oncomfortabel.
Een tiny house is vaak extra goed geïsoleerd, maar als je ramen open zet om te luchten, is al die isolatie voor niets.
Een WTW-unit zorgt voor een constante luchtstroom zonder warmteverlies. Je bespaart tot 70% op je stookkosten vergeleken met alleen een ventilator of ramen openzetten. Een ander groot voordeel is het comfort.
In de winter blijft het binnen behaaglijk warm, en in de zomer voorkomt het dat je huis oververhit raakt door constante luchttoevoer. Bovendien filtert een goede WTW-unit het fijnstof en pollen uit de lucht. Ideaal als je last hebt van hooikoorts of in een drukke omgeving woont. In een tiny house waar je veel tijd doorbrengt, is schone lucht geen luxe, maar een must.
Hoe werkt zo'n ding? De techniek in Jip-en-Janneke-taal
Het hart van elke WTW-unit is de warmtewisselaar. Dat is een blok van metaal of kunststof met veel dunne kanalen.
Luchtstromen lopen er dwars doorheen. De warme afvoerlucht geeft zijn warmte af aan het metaal, en de koude toevoerlucht neemt die warmte weer op.
Zonder dat de luchtstromen elkaar direct raken, dus geen menging van vieze en schone lucht. Dat heet 'tegenstroomprincipe' en dat werkt het efficiëntst. De unit heeft een of twee ventilatoren die de lucht aanzuigen en blazen. Die ventilatoren verbruiken wel stroom, maar veel minder dan een elektrische kachel.
De meeste units hebben een bypass: als het buiten lekker fris is, kun je de warmtewisselaar omzeilen en koude lucht direct naar binnen laten stromen.
Handig voor zomerse nachten. De bediening is vaak simpel: drie standen (laag, normaal, hoog) en soms een timer voor de badkamer.
De drie kanjers: Zehnder, Paul Novus en Duco
We vergelijken drie populaire modellen die passen in een tiny house. Ze zijn compact, stil en hebben een goed rendement.
We kijken naar prijs, formaat, geluid en installatiegemak. Let op: prijzen zijn indicatief en kunnen per leverancier verschillen. Zehnder is de Rolls-Royce onder de WTW-units.
Zehnder ComfoAir Q350
De Q350 is compact (49 x 49 x 26 cm) en geschikt voor huizen tot ongeveer 120 m³. Dat is ruim voldoende voor een tiny house.
Hij heeft een warmtewisselaarrendement van 90% en verbruikt maximaal 35 watt. Het geluidsniveau is laag: 29 dB op de laagste stand. Dat is fluisterstil.
De unit is volledig te bedienen via een app op je telefoon. Je kunt standen instellen, timeren en zelfs zien hoeveel energie je bespaart. Installatie is relatief eenvoudig, maar je moet wel secuur werken. De aansluitingen voor de luchtslangen (75 mm) zitten aan de zijkant.
De unit is iets duurder dan de concurrentie, maar je krijgt topkwaliteit en een uitstekende service. De app is stabiel en intuïtief. Nadeel: de prijs.
Paul Novus 300
Een compleet pakket inclusief roosters en bediening kost al snel €1.400 - €1.700. Voor een tiny house is dit een premium keuze die je doet als je budget het toelaat en je voor langere tijd wilt wonen. Paul Novus is een Nederlands merk dat bekend staat om zijn degelijkheid.
De Novus 300 is iets compacter dan de Zehnder (45 x 45 x 24 cm) en geschikt voor ongeveer 100 m³.
Rendement is ook 90%. Het verbruik is vergelijkbaar, rond de 30 watt. Het geluid is iets hoger dan de Zehnder: 32 dB op laag, maar nog steeds prima.
De bediening kan via een eenvoudige wandthermostaat of via een app. De app is functioneel, maar minder fancy dan die van Zehnder.
Wat Paul Novus uniek maakt, is de focus op modulaire opbouw. Je kunt de unit later uitbreiden met extra filters of een CO2-meter. De installatie is zeer gebruiksvriendelijk; de klemmen voor de stroom en luchtslangen zijn duidelijk gemarkeerd.
De prijs ligt lager dan Zehnder: een compleet pakket kost ongeveer €1.000 - €1.300. Dit is een uitstekende middenmoot voor wie geen zin heeft in ingewikkelde apps, maar wel betrouwbaarheid wil.
Duco Box
Ideaal voor een tiny house waar je regelmatig bent, maar niet full-time.
Duco is de budgetvriendelijke optie die in populariteit groeit. De Duco Box (er zijn verschillende maten, kies de Small voor tiny house) is iets groter (50 x 50 x 30 cm) maar zeer scherp geprijsd. Rendement is 85-90%, afhankelijk van het model. Het verbruik is laag, rond de 25 watt.
Het geluidsniveau is 30-35 dB, wat nog steeds acceptabel is, maar je hoort 'm wel op de hoogste stand. De bediening is simpel: een draaiknop op de unit zelf of een losse wandthermostaat.
Een app is niet standaard, wel verkrijgbaar als optie. Installatie is basic. De unit is robuust en minder gevoelig voor stof dan de premium modellen. De filters zijn goedkoper in vervanging.
De prijs voor een compleet pakket ligt tussen de €700 en €900.
Dit is de keuze voor de pragmatische bouwer met een strak budget. Hij doet wat hij moet doen: ventileren en warmte terugwinnen. Voor een tiny house dat misschien tijdelijk is of waar je minder vaak bent, een prima optie.
Keuzestress? Zo kies je de juiste voor jouw situatie
Je keuze hangt af van een paar simpele facteren. Budget is de grootste. Heb je €1.500? Kies Zehnder. Heb je €1.000? Kies Paul Novus. Heb je €700? Kies Duco.
Maar er is meer. Denk aan je woonplek.
Woon je midden in de stad, bij een drukke weg? Dan is een goed filter cruciaal. Zehnder en Paul Novus hebben fijnere filters dan Duco.
Woon je in een bosrijk gebied? Dan is pollenfilter belangrijk; dat hebben Zehnder en Paul Novus ook. Ben je een tech-liefhebber? Dan wil je de app van Zehnder.
Ben je een doe-het-zelf-er die geen zin heeft in gezeur? Paul Novus is het meest gebruiksvriendelijk.
Een andere factor is de grootte van je tiny house. Meet je inhoud (l x b x h).
Deel door 10 en je hebt benaderend het aantal kubieke meters dat je moet ventileren. Een tiny house van 6x3 meter en 2,5 meter hoog is 45 m³. Alle drie de units kunnen dat aan, maar de Paul Novus 300 en Duco Small zitten op hun maximum.
De Zehnder Q350 heeft nog ruimte over. Als je huis goed geïsoleerd is en je wilt maximale efficiëntie, ga dan voor de Zehnder.
Praktische tips voor de installatie
Meet twee keer, boor één keer. De gaten voor de luchtslangen moeten precies recht door de buitenmuur.
Gebruik een waterpas en een goede boor. Een te groot gat lekt lucht en geluid. Gebruik isolatie om het gat luchtdicht te maken.
Koop meteen de juiste roosters: een aanvoer- en een afvoerrooster. Zorg dat ze niet te dicht bij elkaar zitten om kortsluiting in de luchtstroom te voorkomen.
De stroomtoevoer is vaak een standaard stekker. Zorg dat je een vrije groep hebt of een verlengsnoer dat veilig is weg te werken. De luchtslangen (meestal 75 mm) moet je zo kort en recht mogelijk houden. Elke bocht vermindert de efficiëntie.
Plaats de unit op een stabiele ondergrond, niet op een houten vloer die trillingen doorgeeft. Test het systeem voordat je de wanden dichtmaakt.
Zet de unit aan, voel of de lucht bij de roosters naar binnen komt en naar buiten gaat. Een veelgemaakte fout is het vergeten van de bypass. Zorg dat je weet hoe je die handmatig kunt bedienen, mocht de app het begeven.
En vergeet de filters niet. Schrijf in je agenda wanneer je ze moet vervangen (elk half jaar tot jaar).
Een verstopt filter verspilt energie en zorgt voor minder lucht.
Conclusie: welke kies jij?
Elke unit is een goede keuze, mits je hem goed installeert en onderhoudt. Kies de Zehnder ComfoAir Q350 als je budget het toelaat, je van slimme techniek houdt en je voor langere tijd in je tiny house wilt wonen. Het is de stilste en meest efficiënte optie.
Kies de Paul Novus 300 als je een balans zoekt tussen prijs en kwaliteit.
Hij is iets minder stil en fancy, maar zeer betrouwbaar en makkelijk te installeren. Perfect voor de gemiddelde tiny house bewoner.
Kies de Duco Box als je budget de doorslaggevende factor is. Hij doet zijn werk, is robuust en goedkoop in onderhoud. Als je tiny house tijdelijk is of je wilt gewoon geen honderden euro's uitgeven, is dit je maatje.
Wat je ook kiest, een WTW-unit is geen luxe. Het is een slimme investering die je wooncomfort enorm verhoogt en je energierekening verlaagt.
En dat in een huisje van 20 vierkante meter. Dat is pas slim wonen.