Een WTW-unit in je tiny house is een behoorlijke investering, en de keuze tussen klasse A en klasse B voelt als een gok.
▶Inhoudsopgave
Je wilt natuurlijk niet te veel betalen, maar je wilt ook je kostbare warmte niet zomaar het raam uit blazen. Het gaat hier om het verschil tussen 95% en 75% warmterugwinning, en dat merk je letterlijk in je stookkosten en je comfort. Laten we de feiten op een rij zetten zonder ingewikkelde technische praat.
Wat is het verschil eigenlijk?
WTW staat voor WarmteTerugWin-unit. Het apparaat haalt warmte uit de lucht die je huis uitgaat en geeft die aan de frisse lucht die naar binnen komt.
Het is een soort long voor je huis. Klasse A en Klasse B zijn de schoolcijfers voor hoe efficiënt die 'long' werkt.
Een klasse A unit haalt minimaal 90% van de warmte uit je afvoerlucht terug. Vaak zit dit zelfs op 95%. Dit is de topklasse. Een klasse B unit zit op een minimum van 75% en haalt in de praktijk meestal rond de 80-85%.
Dat klinkt als een klein verschil, maar in een kleine ruimte met een beperkte warmtevoorraad (je hebt geen gigantische cv-ketel) is elk procentje warmte dat je kunt redden goud waard.
De techniek erachter is bij beide hetzelfde: een warmtewisselaar die de luchtstromen scheidt. Het grote verschil zit 'm in de kwaliteit van die wisselaar, de isolatie van de unit zelf en de manier waarop de ventilatielucht wordt schoongehouden. Bij klasse A zit er vaak een beter filter en een slimmere bypass voor de zomer.
Prijskaartje: Nu betalen of later?
Dit is de harde realiteit: een klasse A unit is fors duurder.
Reken op een aanschafprijs vanaf €2.200 tot €3.500 exclusief installatie. Een klasse B unit ligt vaak tussen de €800 en €1.500.
Dat prijsverschil is direct voelbaar in je bouwbudget. Maar stop niet je geld in een hoge energierekening omdat je nu wilt besparen op de aanschaf. De installatiekosten zijn vaak niet eens zo heel verschillend. Beide systemen moeten vakkundig worden aangesloten, en een goede installateur rekent voor beide ongeveer hetzelfde arbeidsloon, vaak tussen de €800 en €1.200 voor een tiny house.
De echte rekening komt pas later. Als je kiest voor klasse B, verwarm je de hele winter buitenlucht in plaats van gerecyclede warmte.
Je moet je huis dan bijverwarmen met je airco of infraroodpanelen. Die extra stroomkosten lopen elk jaar op. In een tiny house kan dat zomaar €300 tot €500 per jaar schelen, afhankelijk van je isolatie en stookgedrag.
Capaciteit en formaat: Passen ze wel?
Een tiny house is klein, dus ruimte is schaars. Een klasse A unit is vaak compacter gebouwd voor dezelfde capaciteit, omdat de warmtewisselaar efficiënter is.
Merken zoals Zehnder (de WTW-Go) of Brink (de Flair) hebben hele kleine modellen die je makkelijk in een keukenkastje of een technische nis kwijt kunt. De capaciteit wordt uitgedrukt in m³/h. Voor een gemiddeld tiny house van 30 m³ inhoud (bijvoorbeeld 6 meter lang, 2,5 meter breed en 2,4 meter hoog) heb je ongeveer 150 m³/uur ventilatie nodig.
Zowel klasse A als B leveren dit, maar de klasse A doet dit stiller en met minder energieverlies.
Een nadeel van sommige goedkopere klasse B units is dat ze groter zijn of meer geluid maken op de stand die je nodig hebt. In een tiny house hoor je alles. Een brommende B-unit op de slaapkamer is funest voor je nachtrust. De A-units zijn vaak beter geluiddicht en hebben stillere ventilatoren.
Gebruiksgemak en onderhoud
Beide systemen zijn 'set and forget'. Je zet ze aan en ze draaien.
Het grootste verschil in gebruiksgemak zit 'm in de bypass. Een klasse A unit heeft vaak een automatische bypass die bij warm weer de warmtewisselaar overslaat en buitenlucht direct binnenlaat. Dit koelt je huis op natuurlijke wijze af. Bij klasse B units is deze bypass vaak handmatig of minder slim.
Je moet zelf de ramen openzetten of wachten tot de unit het afkoelt. In de zomer kan je tiny house zonder goede bypass een broeikas worden.
Dat is niet comfortabel en kost je weer extra stroom voor een airco.
Qua filters verandert er niet veel. Beide systemen hebben filters die je 2 tot 4 keer per jaar moet vervangen. De filters voor klasse A zijn vaak wel iets duurder (€40-€60 per set), maar houden ook fijnstof beter tegen. Belangrijk in het buitenleven waar je pollen en hooikoorts kunt krijgen.
De kosten op lange termijn
Laten we de boekhouding erbij pakken. Stel: je koopt een klasse B unit voor €1.000 en bespaart €1.500 ten opzichte van een klasse A.
Je betaalt de komende 15 jaar (de levensduur van een goede unit) elk jaar €400 meer aan stroom. Totaalverlies: €1.000 (besparing) - €6.000 (extra stroom) = €5.000 in het rood. Dat is een extreem voorbeeld, maar het toont het probleem.
In een tiny house is de isolatie vaak top, maar het volume is klein. De warmtevraag is relatief hoog omdat je met weinig massa verwarmt, wat het essentieel maakt om de werkelijke prestaties van je installatie te kennen.
De WTW is je enige constante hulp om die warmte vast te houden.
Daarnaast is er de waarde van je woning. Een tiny house met een klasse A WTW en een bijbehorend energielabel (vaak A of B) is veel interessanter voor de verkoop of verhuur. Het toont aan dat het huisje duurzaam en comfortabel is. Een klasse B systeem doet afbreuk aan dat verhaal, dus loont het om verschillende WTW merken te vergelijken op rendement.
Keuzehulp: Welke kies jij?
De keuze hangt af van je situatie. Er is geen one-size-fits-all, maar er zijn wel scherpe adviezen.
Kies voor Klasse A als:
Je het hele jaar door comfortabel wilt wonen, je huis goed geïsoleerd is (RC > 4,0), je weinig tot geen gasaansluiting hebt (all-electric), en je de investering van €1.500 extra kunt dragen. Dit is de keuze voor de lange termijn en voor minimaal stookcomfort.
Kies voor Klasse B als:
Je budget echt krap is en je prioriteit nu ligt bij het neerzetten van het huis. Je bent van plan veel te stoken met een houtkachel (waarbij de WTW minder essentieel is) of je staat in de weekenden op en verwarmt het huis niet structureel. Dit is een budgetkeuze voor de startersfase.
De middenweg: Hybride of slim inregelen
Er is een derde optie die vaak over het hoofd wordt gezien: een klasse B unit slim gebruiken. Je kunt een klasse B unit uitrusten met een CO2-sturing (een sensor die meet hoe viezig de lucht is). Zo voorkom je dat je te veel ventileert en warmte verliest, maar heb je wel frisse lucht.
Dit scheelt al een slok op een borrel. Een andere middenweg is de decentrale WTW.
Dit zijn kleine units die direct in de wand zitten, vaak van merken zoals Brink of Duco. Deze hebben vaak een lagere capaciteit maar zijn makkelijker te installeren en kosten minder.
Voor een tiny house van 30m³ is een enkele decentrale unit soms voldoende en vaak een klasse A of B+. Raadpleeg onze koopgids voor WTW-units; de WTW is immers de long van je tiny house. Zonder goede ventilatie wordt het vochtig en ongezond.
Met een slechte WTW verlies je je warmte. De investering in klasse A is in 9 van de 10 gevallen de verstandigste stap.
Je bespaart jezelf jarenlang koude voeten en een hoge energierekening.