Je staat op het punt je tiny house te bouwen. Duurzaam, met zonnepanelen en een warmtepomp. Goed plan.
▶Inhoudsopgave
- Wie komt er eigenlijk in aanmerking voor SDE++ subsidie?
- Is er een apart potje specifiek voor tiny houses?
- Wat is de aanvraagprocedure voor SDE++ eigenlijk?
- Hoeveel subsidie krijg je nu precies per kWp?
- Welke alternatieven zijn er voor SDE++ bij een tiny house?
- Wat als ik met buren of vrienden een collectief vorm?
- Waar lopen kleine projecten vaak tegenaan?
- Is de moeite waard voor mijn project?
Maar die investering is fors. Het SDE++ subsidieprogramma kan een flinke hap uit de kosten nemen.
Alleen: het is niet bedoeld voor een enkele zonnepaneel-set op een los huisje. De regeling is er voor grootschalige projecten. Toch is er wel degelijk een weg voor jou.
Ik leg je uit hoe het echt zit, welke kansen je hebt en hoe je de aanvraagprocedure aanpakt zonder in de bureaucratische val te lopen. Dit is het verhaal achter de subsidie voor jouw kleine systeem.
Wie komt er eigenlijk in aanmerking voor SDE++ subsidie?
De SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) is in eerste instantie een regeling voor de héle grote jongens. Denk aan windparken, industriële zonneparken en grootschalige waterstofproductie.
De ondergrens voor zonne-energie ligt op 15 kWp (kilowattpiek). Een gemiddeld tiny house heeft maar 3 tot 6 kWp aan panelen nodig. Daarmee val je dus buiten de boot voor de directe SDE++ subsidie.
Maar er is een uitzondering. De regeling kent een categorie 'Zon op daken'.
Hierbij mag je subsidie aanvragen voor projecten die kleiner zijn dan 15 kWp, maar alleen als ze op een gebouw of constructie zitten dat bestemd is voor de landbouw of de glastuinbouw. Een losstaand tiny house op een stukje grond valt daar helaas niet onder. De overheid wil vooral daken van hallen en schuren benutten.
Het is dus een kwestie van schaal. Jouw aanvraag als losstaande eenheid is praktisch onhaalbaar via de hoofdregeling.
De enige manier om als individuele tiny house bouwer gebruik te maken van de SDE++ is via een collectieve aanvraag.
Stel je voor: een groepje tiny house bewoners op een klein, gedeeld terrein. Of een vereniging van eigenaren die een collectief zonnedak op een gezamenlijke schuur realiseren. Dan wordt het project in één keer groter. De totale capaciteit van het project moet dan wel boven die 15 kWp uitkomen. Dit vereist organisatie, een gezamenlijke investering en een duidelijke onderlinge afspraak.
Is er een apart potje specifiek voor tiny houses?
Nee, er bestaat geen 'SDE++ tiny house' categorie. Dat is de harde waarheid.
De overheid heeft de regeling specifiek ontworpen voor energiebedrijven en grote projectontwikkelaars.
De administratieve lastendruk is voor een kleine aanvraag namen te hoog in verhouding tot het subsidiebedrag. De SDE++ werkt met een 'verdeelmodel'. Het budget is beperkt en de grootverbruikers zijn als eerst aan de beurt.
Ze kopen de subsidiepunten op. Wat je wél moet weten is dat de SDE++ de markt voor duurzame techniek flink heeft gestimuleerd.
De prijzen van zonnepanelen, omvormers en warmtepompen zijn hierdoor flink gedaald. Jouw voordeel? De investering voor een compleet systeem voor je tiny house (bijvoorbeeld 8 panelen van 400Wp, een hybride omvormer en een kleine warmtepomp) ligt nu rond de €7.000 - €9.000 inclusief installatie. Dat is zonder enige subsidie al een stuk betaalbaarder dan 5 jaar geleden. Focus je dus op de lagere hangende fruit.
Kijk naar de BTW-teruggave op zonnepanelen. Als je de panelen op je eigen huis (tiny house) legt, mag je de betaalde BTW over de aanschaf en installatie terugvragen bij de belastingdienst.
Dat scheelt meteen 21%. Dat is een directe besparing die je nu kunt regelen, zonder te wachten op een complexe SDE++ aanvraag die waarschijnlijk wordt afgewezen.
Wat is de aanvraagprocedure voor SDE++ eigenlijk?
De procedure is intensief. Je moet eerst een account aanmaken in Mijn RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).
Vervolgens dien je je aanvraag in tijdens de openstellingsperiode, meestal in het najaar. Je moet een sluitende business case overleggen: bewijzen dat je project rendabel is. Je moet aantonen dat je de techniek daadwerkelijk gaat gebruiken (geen 'slapende' panelen) en dat je voldoet aan alle vergunningen en aansluitingen.
Voor elk project is een uniek SDE++ nummer nodig. Als je als collectief gaat, moet er één hoofdaanvrager zijn die de subsidie aanvraagt voor het totale project.
Deze persoon is verantwoordelijk voor de administratie en de verantwoording. De subsidie wordt namelijk niet in één keer uitgekeerd. Je moet elk jaar bewijzen dat je de hoeveelheid opgewekte energie (en daarmee de CO2-reductie) daadwerkelijk hebt gerealiseerd.
Dit heet de 'verantwoordingsfase'. De SDE++ subsidie is een 'verdeelsubsidie'.
Dat betekent dat het budget niet oneindig is. De laagste subsidiebedragen (de goedkoopste technieken) worden als eerst toegekend totdat het potje leeg is.
Als projectontwikkelaar met een groot windmolenproject krijg je dus voorrang boven een kleinschalig zonneproject. De kans dat een klein project aan bod komt, is dus statistisch gezien nihil, tenzij de techniek die je gebruikt extreem duur is en dus een hoog subsidiebedrag vraagt. Dat is bij zonnepanelen niet het geval.
Hoeveel subsidie krijg je nu precies per kWp?
De SDE++ subsidie bestaat uit twee delen: de basis- en de bovensubsidie. De basis subsidie is een bedrag per opgewekte kWh die je krijgt zolang de marktprijs van elektriciteit lager is dan je eigen 'kostendrempel'.
De bovensubsidie krijg je als de marktprijs hoger is dan je drempel.
Voor een kleinschalig project is dit enorm complex om uit te rekenen en te bewaken. De bedragen veranderen elk jaar. Als voorbeeld: in de 2023 ronde lag de maximale basis subsidie voor 'Zon op daken' op ongeveer €0,085 per kWh.
Dit lijkt veel, maar bedenk dat je dit alleen krijgt bovenop je eigen opbrengst en rekening houdend met de marktprijs. Voor een tiny house systeem van 4.000 kWh per jaar zou dat een maximum van €340 per jaar zijn.
Over een looptijd van 15 jaar is dat €5.100. Maar dat is het maximale theoretische bedrag, geen garantie. De werkelijkheid is harder. De subsidiepot voor zon is vaak al snel leeg voor kleine projecten.
Bovendien zijn de administratiekosten voor zo'n subsidieaanvraag voor de RVO ook hoog.
Ze screenen aanvragen op haalbaarheid. Een project van 3 kWp met een aanvraag van €300,- subsidie per jaar zal waarschijnlijk niet serieus worden genomen in verhouding tot projecten van 10 miljoen euro. De focus ligt simpelweg op schaalvoordelen.
Welke alternatieven zijn er voor SDE++ bij een tiny house?
Gelukkig is er meer. Naast het slim zonne-energie integreren op je dak, is de meest logische optie voor jouw tiny house de BTW-teruggave op zonnepanelen.
Je koopt de panelen als particulier en je mag de 21% BTW terugvragen via je aangifte inkomstenbelasting. Je moet je wel inschrijven bij de Kamer van Koophandel als je dit zakelijk doet, maar als particulier met een eigen huis is het vaak simpeler. Dit scheelt direct €1.500 op een investering van €7.000. Een andere optie is de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie).
Hoewel deze vaak wordt gezien voor warmtepompen en isolatie, is er sinds 2023 ook een specifieke subsidieregeling voor kleine windturbines en zonnepanelen. Echter, de ISDE voor zonnepanelen is vooral bedoeld voor woningen.
Als jouw tiny house als recreatiewoning wordt bestempeld, of als het niet je hoofdverblijf is, kan dit een struikelblok zijn.
Check dit dus goed bij je gemeente. Check daarnaast altijd de subsidieregelingen van je eigen gemeente of provincie. Steeds meer gemeenten hebben een 'duurzaamheidsfonds'.
Ze geven soms een lening tegen een laag rentepercentage (de Energiebespaarlening) of een kleine subsidie voor zonnepanelen. Dit is vaak makkelijker aan te vragen en sneller geregeld dan de landelijke SDE++. Zoek op 'subsidie zonnepanelen [jouw gemeente]'.
Wat als ik met buren of vrienden een collectief vorm?
Als je met een groepje tiny house bewoners of buren een collectief wilt vormen, verandert de situatie.
Stel je hebt 5 tiny houses met elk 6 panelen van 400Wp. Dan kom je op een totaal van 12 kWp (5 x 1,2 kWp).
Dat zit nog steeds onder de 15 kWp grens voor de SDE++ 'Zon op daken' categorie. Je moet dus minimaal 13 kWp aan vermogen hebben om uberhaupt in aanmerking te komen voor de subsidie. Om de SDE++ aan te vragen, moet er één juridische entiteit zijn die de subsidie aanvraagt. Dit kan een Vereniging van Eigenaren (VvE) zijn, een coöperatie, of één hoofdaanvrager die de energie levert aan de anderen via een 'postcoderoos' constructie.
Je moet aantonen dat je de stroom met elkaar deelt. Dit vereist een sluitend contract en een slimme meter die de productie en afname meet.
De administratieve rompslomp voor een collectief is groot. Je moet kosten delen, een verdelingssleutel afspreken voor de opbrengst en de subsidie. De SDE++ subsidie wordt namelijk op naam van de hoofdaanvrager gestort.
Die moet het daarna verdelen. Dit gaat mis als er geen goede afspraken zijn gemaakt over wie wat betaalt en krijgt. Zorg voor een waterdichte samenwerkingsovereenkomst voordat je begint.
Waar lopen kleine projecten vaak tegenaan?
Een veelgemaakte fout is het onderschatten van de 'verantwoording'. De SDE++ eist elk jaar een opgave van de werkelijk opgewekte energie.
Als je slimme meter dit niet automatisch doorgeeft, of als je meetapparatuur faalt, loop je de subsidie mis. Voor kleine projecten is de kostenpost voor een professionele meterinstallatie vaak hoger dan de subsidie die je binnenhaalt.
De ROI (return on investment) klopt dan niet meer. Een andere valkuil is de vergunning. De SDE++ verleent geen vergunning. Je moet zelf zorgen dat je voldoet aan het bouwbesluit en de APV (Algemene Plaatselijke Verordening).
Als je tiny house op wielen staat, val je vaak onder de kampeerwet.
Dan mag je vaak geen 'vaste' zonnepanelen installeren. Als je het vastzet, word het een gebouw en heb je een vergunning nodig. Dit conflicteert soms met de SDE++ eis dat het een 'vastgesteld bouwwerk' is.
Ten derde: de salderingsregeling. De SDE++ is een alternatief voor salderen, maar werkt er soms naast.
Als je particulier bent, wil je gewoon salderen. De SDE++ is vaak alleen voordelig als je de stroom lokaal verkoopt aan een bedrijf of buur, zonder saldering.
Dit is complexe fiscale rompslomp. Laat je hierover goed adviseren door een energie-adviseur die de SDE++ én de salderingsregeling kent.
Is de moeite waard voor mijn project?
De eerlijke conclusie? Voor een enkel tiny house met een systeem kleiner dan 15 kWp is de SDE++ aanvraagprocedure het waarschijnlijk niet waard. Net als bij de keuze voor de beste stalen kozijnen draait het om efficiëntie; de kans op toekenning is hier echter nihil en de administratieve lasten zijn disproportioneel hoog.
Je bent maanden bezig met formulieren, meetprotocollen en verantwoording voor een subsidie die misschien een paar honderd euro per jaar oplevert.
Tijd die je beter kunt besteden aan het bouwen van je huis. Je tijd en energie zijn beter besteed aan de BTW-teruggave, het checken van de gemeentelijke duurzaamheidslening en het slim inkopen van je materiaal.
Een set van 8 zonnepanelen met een omvormer en montage materiaal kost nu zo'n €4.500 exclusief installatie. Dat is een bedrag dat je sneller terugverdient dan een twijfelachtige SDE++ subsidie. Wil je wel per se de SDE++ proberen?
Doe het dan alleen als je een groter collectief kunt vormen van minimaal 15 kWp totaal.
Zorg dat je een professionele energie-adviseur in de arm neemt die de aanvraag voor je doet. En zorg dat je de juridische en financiële kant van het collectief perfect regelt. Alleen dan is het een kansrijke optie. Voor de gemiddelde tiny house bouwer is het vooral een gouden berg die niet blijkt te zijn, zeker als je kijkt naar de complexiteit van een tiny house met zonneboiler.