Een tiny house bouwen is één ding, maar er zelfvoorzienend in leven is een droom voor velen. Water speelt hierin een enorme rol.
▶Inhoudsopgave
Je kunt wel een regenton onder de goot zetten, maar als je echt wilt bouwen aan een duurzame, stabiele watervoorziening, dan moet je het slim integreren in je constructie.
Het gaat hier niet alleen om een emmer water om je planten water te geven; het gaat om drinkwater, douchewater en de vrijheid om te wonen waar je wilt, zonder direct aangesloten te zijn op de waterleiding. Regenwateropvang in een tiny house is een project van rekenen, plannen en puzzelen. Je dak is je oogstveld en je tank is je voorraadschuur.
Als je de verkeerde berekeningen maakt, sta je na drie dagen droogte met een lege tank en een wasmachine vol natte was. Laten we het hebben over hoe je dit slim aanpakt, zonder dat je een civiele studie hoeft te volgen.
De basis: Hoeveel water kun je oogsten?
Voordat je naar de bouwmarkt rent voor een tank, moet je weten wat je theoretisch kunt oogsten.
Dit hangt af van twee dingen: de grootte van je dak en de hoeveelheid regen die in jouw regio valt. We rekenen in vierkante meters en liters. Stel, je tiny house heeft een plat dak van 3 meter bij 6 meter. Je dakoppervlakte is dus 18 m².
De formule die je moet onthouden is simpel: Dakoppervlakte (m²) x Neerslag (mm) x Opvangrendement = Liters. Het opvangrendement is nooit 100%.
Dakgoten verliezen water, en er loopt altijd wat langs de randen weg.
Reken voor een redelijk systeem met een rendement van 90% (0,9). In Nederland valt gemiddeld zo’n 850 mm regen per jaar. Reken je op een droge zomer, dan moet je kijken naar de maanden mei tot september, waarin je ongeveer 300 mm kunt verwachten.
Als je die 18 m² dakoppervlakte vermenigvuldigt met 300 mm (oftewel 0,3 meter) in het groeiseizoen, kom je uit op 5,4 kubieke meter water. Met die 90% opvang erbij houd je ongeveer 4.860 liter over. Dat klinkt als veel, maar tel je verbruik eens op.
Je verbruik inventariseren: De harde realiteit
Veel beginners schatten hun waterverbruik veel te laag in. Ze denken aan drinken en afwassen, maar vergeten het grote verbruik: douchen en toilet. Een tiny house is klein, maar je hygiëne blijft hetzelfde.
Laten we een inschatting maken voor één persoon die redelijk zuinig leeft:
- Drinken & Koken: 3 liter per dag.
- Afwassen & Keuken: 10 liter per dag.
- Douchen (met spaardouche): 30 liter per dag (bij 5 minuten douchen).
- Wasmachine: 50 liter per wasbeurt (1x per week is 7 liter per dag).
- Toilet (indien watergespoeld): Dit is de grootste valkuil! Een verplaatsbaar toilet of chemisch toilet scheelt water, maar een doorspoeltoilet verbruikt al snel 45 liter per dag bij 4x doorspoelen.
Tel het bij elkaar op en je komt uit op ongeveer 95 liter per dag per persoon. Zijn jullie met z’n tweetjes?
Dan zit je op bijna 200 liter per dag. In de zomerperiode (maart tot oktober) moet je dus 200 x 210 dagen = 42.000 liter hebben opgevangen. Dat is onhaalbaar op een klein dak zonder regen.
De conclusie is duidelijk: volledig water neutraal leven op een klein dak is erg moeilijk.
Je zult ofwel water moeten bijvullen, ofwel je verbruik drastisch naar beneden moeten halen. Een grijswatersysteem (waarbij je regenwater gebruikt voor toilet en wasmachine) is essentieel om de druk op je tank te verlagen.
De juiste tank kiezen: Materialen en formaten
Als je weet hoeveel water je ongeveer nodig hebt, ga je op zoek naar een tank.
In de tiny house wereld zie je drie hoofdtypen voorbijkomen: de ondergrondse tank, de bovengrondse tank en de flexibele tank. 1. De ondergrondse tank (Putten)
Dit is vaak de mooiste oplossing esthetisch, maar technisch het lastigst. Je moet diep graven en de tank moeten bestand zijn tegen bodemdruk.
Populair zijn de kunststof tanks van Buffel of Groenline. Een model van 3.000 liter kost ongeveer €800,- excl. grondwerk.
Voor 5.000 liter betaal je al snel €1.200,-. Het grote voordeel is dat het water koel blijft en je er geen ruimte op je terrein mee verliest.
Het nadeel is de installatiekosten (graafwerk) en dat je een pomp nodig hebt die diep kan aanzuigen. 2. De bovengrondse tank (Cisternen)
Deze tanks staan vaak naast het huis of onder het huis (onder de vloer). Ze zijn goedkoper en makkelijker te installeren. Kijk naar tanks van Riho of Hepvo.
Een rechthoekige tank van 1.000 liter (vaak onder de 1 meter hoog) kun je kwijt onder een tiny house op stelers. Let bij de aanschaf goed op de ideale verhouding tussen dakoppervlak en tankinhoud.
Deze kosten tussen de €400 en €700. Zorg wel dat je de tank vorstvrij maakt of in de schuur zet, anders bevriest hij in de winter en barst de boel. 3. Flexibele tanks (Bufferzakken)
Een leuke optie voor de creatieveling.
Dit zijn opvouwbare zakken die je onder je vloer of in een hoek kunt leggen.
Ze zijn spotgoedkoop (€150,- voor 1.000 liter), maar slijten sneller en zijn gevoelig voor beschadigingen. Ideaal als tijdelijke oplossing of als budget bouw. Tip: Kies je voor een tank van 1.000 liter, bedenk dan dat je bij een verbruik van 150 liter per dag (2 personen) maar 6,5 dagen vooruit kunt zonder regen. Ga voor minimaal 2.500 liter, liever 5.000 liter als je ruimte hebt.
De installatie: Filters en leidingen
Water van het dak oppompen is één ding, het schoon en bruikbaar maken is de volgende stap.
Je wilt niet dat je douchekop verstopt raakt door bladeren of dat je kleding vies wordt van zwevend vuil. Een standaard opstelling ziet er zo uit: Let op: Als je water in de tank stil staat, kan het bederven. Gebruik bij voorkeur een waterontharder of voeg een waterstabilisator toe als je het water lang wilt bewaren (niet noodzakelijk voor kort verblijf).
- De valpijp: De eerste liters water die vallen, spoelen het dak schoon. Dit water wil je niet in je tank. Gebruik een First Flush Diverter. Dit is een stukje buis (bijvoorbeeld 20 liter) dat volloopt en dan een klep sluit, zodat alleen schoon water ernaar toe gaat. Dit kost zo’n €50,- tot €100,-.
- De grove filter: Voordat het water de tank in gaat, filter je bladeren en takjes eruit met een dakgootrooster of een in-line filter (€30,-).
- De tank: Zorg dat de tank volledig afgesloten is tegen licht (om algengroei te voorkomen) en dat er een fijnmazig gaas over de opening zit tegen muggen.
- De pomp: Gebruik een dompelpomp in de tank (voor bovengrondse tanks) of een hydrofoor (voor ondergrondse tanks). Een dompelpomp van Gardena of Grundfos (type UP 15-50) kost ongeveer €150,-. Zorg dat je pomp geschikt is voor drinkwater als je dat gaat gebruiken.
- Nafiltering: Als je het water wilt drinken, moet het door een UV-filter of een actieve koolfilter. Dit is een aparte installatie die je direct op de kraan aansluit. Reken op €300,- voor een goed drinkwaterfilter systeem.
Kostenplaatje: Wat gaat het kosten?
Laten we de vingers in de modder houden. Wateropvang kost geld. Hieronder een schatting voor het opvangen van regenwater via het dak van een standaard tiny house (3x6 meter) met een redelijke buffer.
Budget variant (Rauw en functioneel) Let op: Dit is een simpele oplossing, niet geschikt voor drinkwater zonder extra filtering en niet vorstvrij.
- Flexibele tank 1.500 liter: €250,-
- Standaard dompelpomp: €100,-
- PVC leidingen en slangen: €100,-
- Filters (dakgoot + grof): €50,-
- Totaal: Rond de €500,-
Middenklasse (Comfort en zekerheid) Premium (Volledig off-grid en drinkwater) Vergeet de vergunning niet. In sommige gemeentes mag je zomaar een ondergrondse tank plaatsen, in andere telt het als een bouwwerk. Check dit altijd.
- Ondergrondse tank 3.000 liter (plastic): €850,-
- Hydrofoor set (pomp + drukvat): €350,-
- First Flush + filtersysteem: €150,-
- Leidingwerk (koper of pvc): €200,-
- Installatiekosten (graafwerk zelf doen): €0 (of €500 als je het uitbesteedt)
- Totaal: Rond de €1.550,-
- Grote ondergrondse tank (5.000 liter, HDPE): €1.400,-
- Grundfos pomp met softstart: €500,-
- UV-filter + Koolstof filter voor drinkwater: €450,-
- Automatische vuling bij watertekort (koppeling met beregeningsput): €200,-
- Installatie en leidingen: €500,-
- Totaal: Rond de €3.050,-
Praktische valkuilen en tips
Je bent nu bijna klaar om te bouwen. Maar voordat je begint, hier een paar harde lessen vanuit de praktijk die je een hoop ellende besparen.
1. De winter is je vijand.
Water bevriest en uitzet. Als je tank niet diep genoeg staat (onder de vorstgrens van 60-80 cm) of als de leidingen niet leeglopen bij vorst, barst alles.
Gebruik vorstvrije buitenkranen en zorg dat je leidingen in de wanden goed geïsoleerd zijn.
Een simpele folie om de tank is niet genoeg; de grond is je beste isolator. 2. Zware regenbuien.
Een hevige hoosbui kan je tank in een uur vol laten lopen. Wat gebeurt er als hij vol is? Hij loopt over.
Zorg altijd voor een overloop die water afvoert naar de sloot of het groen, ver weg van je fundering. Een volle tank weegt veel (1.000 liter water = 1.000 kilo!).
Zorg dat je fundering dit gewicht kan dragen. 3. Onderhoud.
Je tank is nooit 'af'.
Eens per jaar moet je de grove filter schoonmaken. Eens per 2 jaar moet je de tank leeghalen en schoonspelen om slib te verwijderen. Doe je dit niet, dan krijg je een vieze smaak en verstopte kranen. 4. Rendement valt tegen.
Verwacht niet dat je in de zomer volledig self-supporting bent.
In Nederland regent het genoeg, maar de verdeling is scheef. In de winter valt veel regen, maar verbruik je minder (minder tuinieren, korter douchen).
In de zomer, als je veel water nodig hebt voor de tuin en douchen, is het vaak droog. Zorg voor een backup: een aansluiting op de waterleiding (met een terugstroombeveiliging!) of een plek waar je water kunt bijvullen. Een tiny house met regenwateropvang geeft een geweldig gevoel van vrijheid, zeker als je kiest voor waterbesparende kranen en douchekoppen.
Het dwingt je om bewust om te gaan met water. Elke drup is er een die je zelf hebt opgevangen.
Maar wees realistisch: het is een systeem dat je in de gaten moet houden. Bouw het slim, bereken het watergebruik zuinig en geniet van de regen.