Een Victron MPPT solar lader is goud waard in je tiny house, maar alleen als-ie goed staat afgesteld. Voor LiFePO4 accu's is de juiste laadspanning het verschil tussen een systeem dat jaren meegaat en een dat na een jaar al sputtert.
▶Inhoudsopgave
Je wilt geen dure accu's vernielen door een verkeerde instelling. Dit regel je zelf, zonder technische achtergrond.
Ik help je er stap voor stap doorheen.
Wat je nodig hebt voor de klus
Zorg dat je Victron MPPT al geïnstalleerd is en dat je zonnepanelen aangesloten zijn. Je hebt verder geen gereedschap nodig, alleen een smartphone of laptop. Download de Victron Connect app (gratis voor iOS en Android).
Zorg dat je een Victron Bluetooth dongle hebt, tenzij je een MPPT met ingebouwde Bluetooth hebt (zoals de SmartSolar serie).
Je hebt de handleiding van je specifieke accu nodig voor de exacte spanningen. Die vind je op de website van de fabrikant of op het typeplaatje van de accu. Reken op een half uurtje tot drie kwartier voor de hele klus, inclusief controleren.
Stap-voor-stap: laadspanning instellen in Victron Connect
- Open Victron Connect en verbind met je MPPT.
Open de app, tik op 'Zoek apparaat' en kies je MPPT uit de lijst. Als je een dongle gebruikt, moet je die eerst in de MPPT pluggen. De app vraagt om een pincode. Standaard is dat 000000 (zes nullen). Je kunt deze later wijzigen. Als je een SmartSolar MPPT hebt, hoef je alleen maar te verbinden via Bluetooth. - Navigeer naar het menu 'Opladen'.
Na de verbinding zie je een dashboard met een hoop info. Veeg naar beneden of zoek in het menu naar 'Opladen' (Charging). Hier vind je de instellingen voor het laadproces. Je ziet nu de huidige profielen staan, meestal 'Gebruiker' of een voorgeprogrammeerd profiel. - Kies het juiste laadprofiel voor LiFePO4.
Er is geen standaard profiel voor alle LiFePO4 accu's, dus kies je voor 'Gebruiker' (User). Dit geeft je volledige controle. Als je een specifiek profiel van je accufabrikant hebt, kun je die ook laden, maar meestal is 'Gebruiker' de beste optie. De fabrikant van je accu geeft drie of vier spanningswaarden: absorptie, float, eventueel een equalize-spanning en een minimum spanning voor de spanningstabel. - Stel de absorptiespanning in.
Dit is de belangrijkste spanning. Voor LiFePO4 is dit meestal tussen de 3,45V en 3,65V per cel. Voor een 12V accu (4 cellen) is dat dus 13,8V tot 14,6V. Voor een 24V accu (8 cellen) is dat 27,6V tot 29,2V. Raadpleeg de handleiding van je accu. Stel deze waarde in. Bijvoorbeeld: 14,2V voor een 12V accu is een veilige, veelgebruikte waarde. Dit is de spanning waarmee de accu tot circa 95% vol laadt. - Stel de floatspanning in.
Float is de spanning die de accu krijgt als hij vol is. Bij LiFePO4 is deze vaak lager dan bij loodzuur. Meestal ligt deze rond de 13,4V tot 13,6V voor een 12V accu. Sommige gebruikers zetten float uit of zeer laag, omdat LiFePO4 weinig zelfontlading heeft. Een praktische waarde is 13,5V. Dit voorkomt dat de accu continue vol geladen wordt, wat de levensduur ten goede komt. - Stel de equalize-spanning in (indien nodig).
Veel LiFePO4 accu's hebben geen equalize nodig. Controleer dit in de handleiding. Als het wel wordt aanbevolen, is dit meestal een eenmalige hoge lading om cellen te balanceren. De waarde ligt vaak rond de 14,4V tot 14,6V voor een 12V accu. Zet de equalize-functie op 'Handmatig' of 'Uit' en activeer het alleen op specifieke instructies van de fabrikant. Bij twijfel: zet het uit. - Stel de maximale laadstroom in.
Deze stap is vaak vergeten maar cruciaal. Ga naar 'Geavanceerde instellingen' en zoek naar 'Laadstroom limiet' of 'Maximum laadstroom'. Stel dit in op de maximale laadstroom die je accu aankan. Voor een 100Ah LiFePO4 accu is 50A een veilige limiet (0,5C). Je MPPT zal nooit meer stroom leveren dan de zonnepanelen produceren, maar je wilt voorkomen dat je accu te zwaar belast wordt bij extreme zon. - Sla de instellingen op en controleer.
Tik op 'Opslaan' of 'Toepassen'. De MPPT gaat nu het nieuwe profiel gebruiken. Controleer of de waarden correct zijn weergegeven in het overzicht. Je kunt dit later altijd weer aanpassen.
Tijd en veelgemaakte fouten
De daadwerkelijke instelling duurt maar 10 minuten. De rest van de tijd ben je kwijt met zoeken naar de juiste waarden en het controleren.
De meest gemaakte fout is het overnemen van waarden van een loodzuur accu. Doe dit niet, zeker niet wanneer je jouw Victron MultiPlus-II aansluit op LiFePO4. Deze accu's kunnen een te hoge spanning niet aan.
Een andere fout is het vergeten opslaan van de instellingen. De MPPT kan na een reset terugvallen naar fabrieksinstellingen. Controleer dit altijd.
Een derde fout is het niet controleren van de temperatuur. Als je accu's in een onverwarmde ruimte staan, kan het nodig zijn om de laadspanning iets te verlagen bij temperaturen onder de 5°C. Sommige Victron MPPT's hebben een temperatuursensor (Victron Smart Battery Sense). Deze meet de temperatuur van de accu en past het batterijladen in je tiny house automatisch aan. Als je deze niet hebt, hou dan rekening met de temperatuurverschillen.
Verificatie-checklist na installatie
Checklist om te controleren of alles goed staat: Als je deze punten kunt afvinken, ben je goed bezig.
- Heb ik de juiste spanningen ingesteld volgens de handleiding van mijn specifieke accu?
- Staat de laadstroom limiet op een veilige waarde (max 0,5C)?
- Zie ik dat de MPPT actief laadt en dat de spanning stijgt?
- Is de float-stand niet te hoog (max 13,6V voor 12V)?
- Is equalize uitgezet tenzij specifiek voorgeschreven?
- Kan ik de instellingen later nog aanpassen via Victron Connect?
- Heb ik de accu-temperatuur meegenomen in mijn afweging?
Je systeem is veilig en je accu's gaan jaren mee. Mocht je er later achter komen dat de fabrikant andere waarden adviseert, dan kun je de instellingen altijd nog aanpassen. Dat is het voordeel van een Victron laadregelaar in je tiny house: flexibel en betrouwbaar.